Psalmen 51-100  |  Psalmen 100-151  |  Home

Het vage vuur: eigentijdse psalmgebeden (1-50)

.



.

Naar Psalm 1

Wat een geluk,
wanneer je iemand bent
die niet wilt opscheppen
en het niet zoekt in sensatie,
die liever eenvoudig leeft
en bescheiden zijn verhaal doet.
Dan ben je een mens
naar het hart van God.

Zo iemand staat sterk in het leven,
stevig geworteld als een boom.
Die is niet omver te krijgen.
Zo iemand houdt stand
en kan tegenslag verdragen.
Vriendelijkheid gaat er van uit.

Wat een geluk
wanneer je zo bent,
want eenvoud is de taal van God.

Adrie Lint
(Uit: Ga met God - gebeden,
parochie Heilige Geest, Rijen 2005, blz. 2)

.

Naar psalm 1

Gelukkig de mens
die zijn leven
niet met kwaad garneert;
die het niet zoekt
in bedrog;
niet instemt
met laster en leugen.

Gelukkig de mens
die met God gaat
en Hem dag en nacht
voor ogen heeft.

Hij is als een boom
aan het water.
Hij zal niet verdorren,
maar vrucht dragen
wanneer zijn tijd gekomen is.

Peer Verhoeven
(Uit: Ten einde toe,
Gooi en Sticht, Baarn 1994, blz. 99)

 


Naar psalm 8

God van alle leven, hoe schitterend
is uw kracht, overal op aarde.

De hemel en de sterren
zetten ons in uw licht.
In de ogen van kinderen,
juist van de allerkleinsten,
zien wij uw levenslicht
dat aan alle haat een einde maakt.
Als ik naar de hemel kijk,
het werk van uw handen,
naar de maan en de sterren,
die U daar hebt aangeplakt,
dan vraag ik me af:
de mens is zo klein
en U geeft om hem.
Wat betekent die mens
dat U voor hem zorgt?
Bijna is hij een god,
stralend hebt U hem gemaakt.
Alles hebt U hem geschonken:
het groen van het struikgewas,
de tinten van de herfst,
alle kleuren van de bloemen,
en de dieren, de vogels en de vissen,
alles wat op aarde zijn weg zoekt.

God van alle leven, hoe schitterend
is uw kracht, overal op aarde.

Adrie Lint
(Uit: Ga met God - gebeden,
parochie Heilige Geest, Rijen 2005, blz. 3)

.

Naar psalm 8

Heer, onze God, hoe prachtig is uw naam over heel de aarde.
De hemel en de sterren laten zien hoe groot u bent.
Voor U is de stem van kinderen, zelfs van de allerkleinsten,
het wapen waarmee U aan alle haat een einde maakt.
Als ik naar de hemel kijk, het werk van uw handen,
naar de maan en de sterren, die u daar hebt vastgezet.
Dan denk ik: wat is toch de mens dat U om hem geeft?
Wat betekent hij dat U voor hem zorgt?
Hij is bijna een god, zoveel eer en macht hebt u hem gegeven.
U hebt hem aangesteld over alles wat u gemaakt hebt.
Alles hebt u aan zijn voeten gelegd:
de schapen en de koeien, de wilde dieren op het land,
de vogels in de lucht en de vissen in de zee,
alles wat in het water zijn weg zoekt.
Heer, onze God, hoe prachtig is uw naam over heel de aarde.

Bron onbekend, 
bewerking Adrie Lint.


Naar psalm 10

Raakt het U dan niet -

de armen, de zwakken,
op de gemeenste manieren
worden ze overrompeld, klemgezet.

En U,
U houdt U maar afzijdig,
niets merken zij van U.

Hoor hen toch snoeven,
de goddelozen:
wie doet ons wat,
met geen mens, met geen God
hebben wij te rekenen,
God -
er is helemaal geen God.

Laat dit niet doorgaan,
U bent het toch,
God van de ontrechten,
hoe zoudt U hen vergeten,
hún pijn is úw pijn,
hun verdriet is úw verdriet.

Koning bent U,
een God,
de verdrukten koninklijk nabij.

Hans Bouma
(Uit: In de schaduw van de Psalmen,
Uitgeverij Kok, Kampen 2002, blz. 16)


Naar psalm 13 - Hoe lang nog ?

Rusten wil ik;
maar, God, in wie?
Vaste bedding zoek ik;
maar waar te vinden?

Dag en nacht ben ik aan het tobben
van 's morgens tot 's avonds.
Hoelang moet dit nog duren?

Laat U toch zien
laat van u horen.
Dat mijn ogen niet sterven;
het licht in me niet dooft.
Ik wil er niet onder door gaan,
mezelf niet verliezen.

Op Liefde en Trouw
zal ik mij verlaten,
aan U mij overgeven.
Het zingt in mij.
Alles komt goed.

Peer Verhoeven
(Uit: Rondom de Beker,
Abdij van Berne, Heeswijk 1999, blz. 23)


Naar psalm 15 - Op je sterkst

Leven zoals je bedoeld bent,
onverstoorbaar
de aangewezen weg gaan.

Niemand beledigen,
niemand misbruiken,
niemand laten vallen.

Gewoon
beantwoorden aan de verwachting,
mens zijn voor de mensen.

Eén die goed doet,
één die betrouwbaar is,
reisgenoot, onderdak -

op je mooist ben je dan,
op je sterkst,
mens, onwankelbaar mens.

Jij,
je mag thuis zijn bij de Verhevene,
heel gelukkig is Hij met jou.

Hans Bouma
(Uit: In de schaduw van de Psalmen,
Uitgeverij Kok, Kampen 2002, blz. 21)


Naar psalm 22

Mijn God, mijn God,
hebt u mij verlaten?
Ver weg bent U,
ver van mijn roepen om steun en hulp.
"O mijn God!" roep ik overdag
en er komt geen antwoord.
Vooral in het donker van de nacht
vind ik geen rust.

God in de hemel,
mijn voorouders hebben op U vertrouwd
en U hebt hen bemoedigd.
Zij hebben tot U gebeden
en U hebt hen bijgestaan.
Maar ik heb maar een simpel geloof
en soms vraag ik mij af:
nemen ze me wel serieus?
Lachen ze niet om mijn geloof?

Als een vroedvrouw hebt U mij
uit de moederschoot getrokken
en veilig aan de borsten van mijn moeder gelegd.
Bij mijn geboorte vingen uw handen mij op,
sinds mijn begin bent U mijn God.

God, blijf mij nabij,
want ik voel me zo benauwd
nu er geen mens is die mij helpt.

Adrie Lint
(Uit: Ga met God - gebeden,
parochie Heilige Geest, Rijen 2005, blz. 7)


Naar psalm 25 - Naar U gaat mijn verlangen Heer (gezongen)

Naar U gaat mijn verlangen, Heer,
Heer, mijn God, ik ben zeker van U.

Zoudt Gij ooit mij te schande maken,
neen, voor allen die op U wachten
zijt Gij een goede en betrouwbare God.

Naar U gaat mijn verlangen, Heer,
Heer, mijn God, ik ben zeker van U.

Maak mij, Heer, met uw wegen vertrouwd,
zet mij op het spoor van uw waarheid.
Zendt mij uw licht en uw trouw tegemoet.

Naar U gaat mijn verlangen, Heer,
Heer, mijn God, ik ben zeker van U.

Steeds weer zoeken mijn ogen naar U,
hoe is uw naam, waar zijt Gij te vinden,
eeuwige God, wij willen U zien.

Naar U gaat mijn verlangen, Heer,
Heer, mijn God, ik ben zeker van U.

Huub Oosterhuis.
(Uitgebreider versie in: Vijftig Psalmen,
Ambo, Utrecht 1967, blz. 18)


Naar psalm 32

God is niet een mens die in slaap valt.
Je raakt bij hem niet uit het oog.
Hij gaat met je mee en blijft bij je,
zo zeker als je schaduw bij je blijft en je niet verlaat.
Hij bewaart je als de zon schijnt overdag
en 's nachts als de maan schijnt.
Je raakt niet verloren,
zelfs niet in het duister van het kwaad.
Hij zal je bewaren die je bent: je diepste zelf.
God zal je bewaren in leven en dood,
tot in eeuwigheid.

Bron onbekend


Naar Psalm 40

je verliest alle grond
steeds dieper zak je weg
onheil zuigt je op -
en ineens dat licht
ineens die hand,
hand die je omsluit
hand die je opbeurt.
je bent weer mens
je voelt weer aarde onder je.
Wat mij is overkomen,
zóveel trouw, zóveel genegenheid -
al mijn kwaad verbleekt er bij.
Men zal het van mij horen,
o ik kom woorden te kort,
lied na lied wijd ik aan Hem.
Hoe dierbaar is God ,
ik ben geheel tot zijn dienst,
Gods wil is wet voor mij,
zielsgraag
benantwoord ik aan Gods
verwachtingen.


Naar psalm 49

Wie je ook bent en waar je ook woont, luister naar me.
Mensen van de straat, heren op hoge tronen,
arm en rijk, ik heb je iets te zeggen.
Een waarheid diep geworteld welt in mij op.

Waarom je druk maken over machten die bedreigen,
over mensen die in geld alle vertrouwen hebben?
Geluk en leven zijn niet te koop;
voor niemand, hoe vermogend ook .
Geen have en goed, geen kennis of kunde stelt in staat
het graf te ontlopen. Hier valt niets af te kopen.
Wij zijn op genade aangewezen.

Dom en dwaas, wijs en bedachtzaam,
ze gaan allemaal heen en niets kunnen ze meenemen.
Al hebben ze een landgoed op naam,
ze gaan van vader op zoon de weg naar dat verre huis.
Geen mens blijft overeind; het is de loop van de natuur.
Hoe hooghartig ze ook zijn en pochen op zichzelf,
als schapen dragen mensen de dood met zich mee
en dalen af tot ze zijn vergaan.

Er is er maar Eén die kan vrijwaren van de dood.
Maak je dus niet druk over anderen;
hoe prachtig hun huis, hoe groot hun bezit.
Want alles blijft achter, niets gaat er meer.
Niemand houdt het licht in zijn ogen;
iedereen gaat de weg van hen die zijn voorgegaan.
Wie dit niet begrijpt is als de dood.

Peer Verhoeven
(Uit: Rondom de beker,
Uitgeverij Abdij van Berne, Heeswijk 1999, blz. 19)