|
.
Naar psalm 51
Help me, mijn God.
Nooit komt meer goed wat is gebeurd.
Wat ik heb gedaan, is niet goed te maken.
Ik weet niet hoe het verder zou moeten
en dat is allemaal mijn schuld.
Help me, mijn God.
Wat ik heb gedaan, heb ik U aangedaan.
Wat verkeerd is gegaan, heb ik op mijn geweten.
Ik kan dat niet vergeten, dat blijft maar draaien.
Dat waait niet meer weg uit mijn kop.
Help me, mijn God.
Schrob mij weer schoon met schuurpapier.
Help mij mijn viezigheid wit te wassen
om mij weer helemaal heel te maken
zo, dat je de barsten niet meer ziet.
Help me, mijn God.
Ik ben blut en sta alleen maar rood.
Mijn schulden zijn door geen geld te vergelden.
Ik heb alleen mijn hart aan duizend diggelen.
Meer heb ik niet te bieden, echt niet.
Help me, mijn God.
Geef mij weer een zuivere, heldere ziel
en ik heb niet van U terug.
Karel Eykman
(Uit: Het hoogste woord - bijbel voor kinderen
De Fontein, Baarn 2003, blz. 156)
Naar psalm 52
Ik kan ze niet meer zien die beelden op de tv
met kinderen zo mager als de dood,
en die holle ogen; ze blijven kijken,
ook als je ze niet meer ziet.
En het ergste zijn nog die mensen,
die zeggen dat het niet anders kan
en dat het nooit veranderen zal.
Ik kan die praatjes niet geloven.
In naam van vrede wordt oorlog gevoerd,
in naam van God wordt verdeeldheid gezaaid.
En dan die macht van het grote geld.
Ik kan er niet meer tegen.
Dank je wel, God, U bent mijn richtsnoer.
U bent geen god van wapens en geweld,
geen god van rijkdom en leugens.
Dank je wel, God, om al die mensen
die geloven in vrede en rechtvaardigheid.
Om al die vrouwen en mannen
die blijven vertrouwen op uw liefde.
Dankzij U en hen, blijf ik hopen,
zelfs tegen beter weten in!
Adrie Lint
(Uit: Ga met God - gebeden,
parochie Heilige Geest, Rijen 2005, blz. 11)
Naar psalm 61
O God, ik zit weer in een dip!
Alles om me heen is donker en somber.
Mijn kamer is mijn kamer niet meer,
ik voel me een vreemdeling in mijn eigen huis.
Mijn vrienden zijn mijn vrienden niet meer,
het lijkt alsof iedereen tegen mij is.
En U, waar bent U?
Waar is mijn vrolijke inslag van vroeger?
Mijn optimistische kijk op het leven?
Mijn opgeruimde aard, mijn wijde blik?
Waar bent U, God,
trouwe beschermengel van vroeger,
met vleugels, machtiger dan mijn angst?
Vleugels waaronder ik weg kan kruipen,
veilig, als onder een zacht donzen dekbed,
vol warmte en liefde.
Kom hier als U wilt,
met uw vleugels van dons,
en maak me een nest om in weg te dromen.
En als ik dan wakker word, kan ik weer lachen.
Dan kan ik het daglicht weer verdragen.
Dan zing ik uw adem weer uit op de fiets.
Bart van der Nagel
(Uit: Beeldspraak,
Narratio, Gorinchem 2002, blz. 239)
Naar psalm 69
O mijn God, haal me er door heen.
Het water staat me tot aan de lippen.
Steeds verder zak ik weg,
voel de grond onder me verdwijnen.
Ik ga ten onder, de stroom sleurt me mee.
Mijn keel is schor geschreeuwd.
Ik ben doodop en mijn ogen zijn blind
van het uitzien naar U.
Ik bid U, kom over mij.
Goed en Trouw. Laat me rusten in U.
Haal me uit het slijk,
laat me niet dieper wegzinken,
niet verder mee sleuren.
Haal me uit de maalstroom, dat duistere diep
en laat geen graf zich boven mij sluiten.
Die God en Goed zijt, laat van U horen.
Kijk me aan en zie hoe het me benauwt.
Kom naar me toe en open het venster.
Ik heb pijn, voel me beroerd;
help me er boven op.
Eeuwig dankbaar zal ik u zijn
en het Uitzingen.
Wat is U meer waard dan dat?
Zij die er getuige van zijn
zullen getroost verder gaan met U,
die ons in pijn niet vergeet
en U neigt naar wie lijden.
Peer Verhoeven
(Uit: Rondom de beker,
Uitgeverij Abdij van Berne, Heeswijk 1999, blz. 13)
Naar psalm 73
Trouwe God, in het diepste van mijn hart
blijft U voor mij liefde en hoop voor allen
die niet opgeven en die zich inzetten
voor een rechtvaardige en betere wereld.
Dat blijft mijn meest innerlijke overtuiging.
Wel kost het mij soms moeite
om die hoop vast te blijven houden.
Want eerlijk gezegd, als ik zie
hoe makkelijk en zorgeloos de rijken leven,
dan ben ik soms jaloers.
Het gaat hen immers voor de wind.
Ze hebben alle middelen
om er zo gezond en krachtig uit te zien.
Zonder zorgen, hebben ze geen benul
wat arme mensen moeten doorstaan.
En dan groeit in mij de verleiding
om te zeggen: waarom ik ook niet?
Waarom zou ik ook niet zo'n leven gaan leiden?
Maar, mijn God, dat voelt slecht,
als verraad aan mijzelf,
aan de hoop die U in mijn hart hebt gelegd!
Zou ik zorgeloos gaan leven,
dan kan ik mezelf niet meer in de ogen kijken.
Nee, ik blijf vasthouden aan mijn overtuiging
aan de liefde die U in mij gelegd hebt.
Inderdaad U hebt mij geschapen naar uw beeld
en het vuur van de hoop in mij aangestoken.
Nu weet ik het zeker: ooit zal uw rijk kome.
Adrie Lint
(Uit: Ga met God - gebeden,
parochie Heilige Geest, Rijen 2005, blz. 13)
.
Naar psalm 73
Verbitterd was ik
en geraakt, gekwetst
tot in mijn ziel;
redeloos, mezelf niet meer.
Wees bij me.
Ga met me hand in hand
en breng me
waar Gij mij hebben wilt.
Zonder U
is er geen hemel;
wat moet ik op aarde
als Gij niet zijt?
Al breekt mijn lichaam
en bezwijkt mijn hart,
Gij zijt de rots
waarop ik bouw;
Gij zijt de toekomst
die mij wacht.
Buiten U
is het geen leven;
voor wie U opgeeft
is alles verloren.
Gij zijt mijn hoogste goed.
In U mag ik rusten
voor eeuwig en altijd.
Peer Verhoeven
(Uit: Rondom de beker,
Uitgeverij Abdij van Berne, Heeswijk 1999, blz. 105)
Naar psalm 98
Zingen en spelen,
spelen en zingen -
ik doe niets liever.
Zingen
voor God, schepper
van hemel en aarde -
ik kan het niet laten
Hij vraagt er om
en luistert.
De zee en
alle vissen in het water
vallen mij bij;
de aarde en
al wat adem heeft
doet met me mee;
beken en bergen
bronnen en bomen
stemmen in.
Allen groeten God
en die luistert
Ik weet het zeker.
Peer Verhoeven
(Uit: Meegaand,
Gooi en Sticht Hilversum, blz. 163)
|