|
.
Naar psalm 102
Er zullen deze nacht geen sterren zijn,
er is geen maan, ik eet mijn brood met as
en tranen, tranen mengen zich met wijn.
Ik ben geslagen en verdord als gras;
er is geen maan, ik eet mijn brood met as.
Mijn God, keer uw gezicht niet af van mij,
ik ben geslagen en verdord als gras
en alle dagen gaan als rook voorbij.
Mijn God keer uw gezicht niet af van mij:
de lucht is leeg, de weide een woestijn
en alle dagen gaan als rook voorbij.
Er zullen deze nacht geen sterren zijn.
Imme Dros
(Uit: Nieuwe Psalmen,
SUN, Nijmegen 1995, blz. 74)
Naar psalm 119 (vav)
Mijn God, mijn God,
ik voel mij op een heerlijk feest
wanneer ik uw vriendschap merk
en over alles in mijn lijf
een diep gevoel van vrijheid komt.
Ik hoef me nu niet te schamen
voor wat ik te zeggen heb
en mijn woorden bieden houvast.
Mijn God, bij alles wat U gemaakt hebt
ervaar ik ruimte
die mij leven doet.
Met uw liefde kan ik alles aan,
leef ik met een ander mee,
heb ik een vriendelijk gebaar of antwoord.
Uw boodschap, uw oproep tot liefde
is de rode draad
van mijn doen en laten geworden.
Ik hef mijn handen op in uw waarheid,
die mijn grote liefde is geworden:
U, mijn God, vlakbij mij.
Adrie Lint
(Uit: Ga met God - gebeden,
parochie Heilige Geest, Rijen 2005, blz. 16)
Naar psalm 126
Als God ons thuisbrengt
uit onze ballingschap -
dat zal een droom zijn.
Wij zullen zingen,
lachen, gelukkig zijn.
Dan zegt de wereld:
"Hun God doet wonderen".
Ja, Gij doet wonderen,
God in ons midden,
Gij onze vreugde.
Breng ons dan thuis
keer ons tot leven
zoals rivieren in de woestijn
die als de regen valt
opnieuw gaan stromen.
Wie zaait in droefheid
zal oogsten in vreugde.
Een mens gaat zijn weg
en zaait onder tranen.
Zingende keert hij
terug met zijn schoven.
(Huub Oosterhuis
Uit: Vijftig Psalmen,
Ambo, Utrecht 1967, blz. 71)
Naar psalm 127 en 128
Als God niet mee bouwt aan ons huis,
dan zwoegen we tevergeefs.
Als God niet onze stad mee beschermt,
dan beschermen we tevergeefs.
Tevergeefs sta je dan vroeg op,
zwoeg je tot 's avonds laat,
en eet je zuur verdiend brood.
Maar kijk, ons huis wordt rijk
en onze onderneming draagt vrucht,
als je respect hebt voor God
en jouw leven wandelt langs Gods wegen.
Dan kunnen we vrij uit eten
van het werk van onze handen
-
zalig ben je dan
en het gaat je goed!
Adrie Lint
(Uit: Ga met God - gebeden,
parochie Heilige Geest, Rijen 2005, blz. 18)
Naar psalm 129
Het kwaad heeft niet het laatste woord
al tiert het welig, oeverloos:
het is als gras dat even groeit,
maar door de zon al snel verschroeit.
Het kwaad heeft niet de heerschappij
al toont het zich machtig, vrij,
kleineert het mensen mateloos:
het gaat ten onder vruchteloos.
Wie vreedzaam voor het goede kiest,
weet dat hij schijnbaar macht verliest,
maar tedere bewogenheid
beschaamt het onrecht, wint de strijd.
Wie kwetsbaar in het leven staan,
zij zullen niet ten onder gaan:
in hen ontwaakt de levenskracht,
die slechts uit God wordt voortgebracht.
Henk Jongerius
(Uit: De letters van uw naam,
Gooi en Sticht, Baarn 1998, blz. 92)
Naar psalm 131
Mijn hart is niet hoogmoedig God
Ik hoef geen miljonair te zijn
geen partijleider
geen minister-president
Ik mik niet op hoge posten
ik aas niet op decoraties
Ik heb geen landgoed
geen chequeboek
geen levensverzekering
toch ben ik veilig
als een kind dat slaapt
in de armen van zijn moeder...
Mensen vertrouw op God
Ernesto Cardenal
(Uit: Protest achter prikkeldraad,
Ten Have, Baarn 1970, blz. 50)
Naar psalm 137
Aan de oevers van de vreemde stroom
ver van mezelf
ver van ieder van wie ik hield
zat ik te huilen.
Zelfs mijn gevoel, mijn smaak, mijn oren,
mijn gedachten huilden.
Het huilen luchtte me niet meer op.
Mijn tranen vielen in die stroom in den vreemde
onopgemerkt en verworden tot zoet water.
Ze zeiden me: "Wees toch vrolijk,
dans en zing een liedje van je jeugd,
laat je hart spreken en zing!"
Hoe kan ik zingen, dansen, kleuren zien,
lief zijn, zachtheid voelen?
Ik mis nog liever mijn tong
dan dat ik hier en nu zing,
de dood is me liever dan het leven.
Ik mis nog liever mijn leven
dan dat ik hier
alleen onvervuld verlangen ben.
Wie is het die niets van me vraagt?
Met hem wil ik zingen,
met haar wil ik huilen.
Wie aanvaardt me zoals ik ben?
Wie kan het vuur van ooit
in mij ontdekken en bewaren?
Wie kan mijn dode verlangen beschermen
zoals je kleine groene sprietjes in de lente beschermt?
Ik wou dat iemand al die begrijpende,
eisende, wanhopige therapeuten, ouders,
pastors, verpleegkundigen, artsen
bij de enkels pakte en
hun hoofden verpletterde tegen de rots
aan wiens voet de vreemde stroom stroomt.
Piet Hein van der Veer
(bron onbekend)
Naar psalm 139
God, U kent mij; beter dan ik mijzelf ken.
Alles weet U van mij.
U weet waar ik ga of sta,
met al mijn wegen bent U vertrouwd.
Al wat ik wil zeggen, God, U weet het al.
Veilig ben ik, geborgen,
want U hebt mij in uw handpalm gelegd.
Het is zo'n wonder
dat ik het niet kan begrijpen.
Nergens kan ik U ontlopen.
Zou ik opstijgen in de hemel, U bent er.
Zelfs diep onder de grond, in de dood, U bent er.
Al kon ik vliegen waarheen ik wilde
op de vleugels van het licht en zou ik
gaan wonen op het einde van de wereld,
ook dan zou uw hand mij vasthouden.
God, Ik dank U dat ik zo wonderlijk geschapen ben.
Uw schepping ben ik in hart en nieren.
U hebt mij geweven in de schoot van mijn moeder.
Ik was nog niet geboren en U had mij al gezien.
Hoe moeilijk kan ik dat allemaal bevatten
want U gaat mijn begrip te boven.
Peil nu mijn hart, O God, en ken mij.
Wat zal er met mij gebeuren?
U weet wat er in mij omgaat, blijf mij vasthouden
en zie dat ik geen verkeerde weg insla.
Leid mij over de weg die eeuwig is.
Adrie Lint
(Uit: Ga met God - gebeden,
parochie Heilige Geest, Rijen 2005, blz. 21)
.
Naar psalm 139
Ik laat mij niet gauw kennen
want zo ben ik niet.
En wat ik wel ben
gaat niemand wat aan.
Zo iemand ligt mij niet
aan wie ik ziel en zaligheid toevertrouw.
Ik weet niet wie dat zou kunnen zijn.
Maar te weten dat er één is
die mij door- en doorheeft
die mij door- en doorziet
die mij doorlicht door merg en been
tot in mijn nieren, tot op het bot
door mij heen, tot in het hart,
zo één, wie zou dat kunnen zijn?
Om dan te weten dat er één is
die mij stilletjes uitlacht
als ik stoer doe, als ik opschep.
Die een hand legt op mijn schouder
als ik me opwind, als ik kwaad ben
of bedroefd en dat niet wil laten zien.
Zo één, zou God dat kunnen zijn?
Karel Eykman
(Uit: Het hoogste woord - bijbel voor kinderen
De Fontein, Baarn 2003, blz. 159)
.
Naar psalm 139
God, U kent mij zoals ik ben.
U kijkt diep in mijn hart
en kent mij beter dan ik mezelf ken.
Alles weet U van mij:
waar ik ben, waarheen ik ga,
wat ik doe en wat ik zeg.
U bent zo dicht bij mij
dat als U een mens was
ik uw hand zou voelen op mijn schouder.
U staat achter mij.
U bent ook als een vriend die mij aankijkt.
Het is zo'n wonder
dat ik het niet kan begrijpen.
Zelfs in de dood zijn we nog bij U.
Stel je voor dat ik vleugels had van het licht
en kon vliegen waarheen ik wilde
en op een eenzaam eiland
op het einde van de wereld zou gaan wonen,
ook dan zou uw hand mij vasthouden.
U hebt mij bedacht God,
mij in de schoot van mijn moeder laten groeien.
Ik dank U dat ik geboren ben.
een wonder is het zoals ik geworden ben.
Dat weet ik.
U kende mij al eerder dan mijn eigen vader en moeder,
nog vordat ik mens geworden was.
Ik weet niet wat er met mij gebeuren zal.
U weet het. U kent mijn toekomst.
Johanna Klink
Naar psalm 142
Met mijn stem schreeuw Ik me schor,
op zoek naar mijn God.
Ik stort mijn hart bij hem uit
en God moet mij horen:
Ik ben ten einde raad,
U weet hoe het met mij gaat,
U kent de valkuilen waar ik inloop.
Geen mens kijkt er meer naar mij om,
niemand die zich om mij bekommert.
Nergens kan ik heen,
eenzaam blijf ik roepen.
Daarom schreeuw ik maar tot U:
"U bent mijn toevlucht,
de laatste wijkplaats in mijn leven.
Hoor mijn schreeuwen,
ik ben uitgeput en moe,
trek mij over de streep!
Geef mij weer lucht
en berg mij in uw diepste wezen.
Adrie Lint
(Uit: Ga met God - gebeden,
parochie Heilige Geest, Rijen 2005, blz. 23)
Naar psalm 150
Alleluja
Prijst God,
prijst God in heel de onmetelijke kosmos.
Prijst God in het kloppen van mijn hart,
prijst God in de aarde die mij draagt.
Prijst God in de handdruk die ik krijg,
prijst God om alles!
Prijst God met muziek,
prijst God met piano en klarinet,
Prijst God met trommels en met dans,
prijst God met folkmuziek.
Prijst God met gedichten en liedjes,
prijst God met foto's en films.
Alles wat adem heeft,
prijst God,
alleluja.
Adrie Lint
(Uit: Ga met God - gebeden,
parochie Heilige Geest, Rijen 2005, blz. 24)
|