Home .

Meditatie-viering 21 september 2008

de verloren zoon

In deze meditatieve viering staan we stil bij twee beroemde creaties.
We luisteren naar een verhaal uit het evangelie van Lucas,
dat we gerust een parel uit de wereldliteratuur mogen noemen:
de gelijkenis van de verloren zoon.
We kijken naar een schilderij van Rembrandt van Rijn, een van zijn top werken:
de terugkeer van de verloren zoon.
In de meditatie laten we ons leiden door Henri Nouwen.
Beide kunstwerken staan centraal in het spirituele groeiproces
dat deze moderne mysticus heeft doorgemaakt.
Het resultaat van zijn zoektocht heeft Henri Nouwen beschreven in zijn boek
Eindelijk thuis, uitgegeven bij Lannoo in 1991.
Veel elementen uit dit boek zullen een plaats krijgen in deze viering.

.

Evangelie uit Lucas 15,11-32: Gelijkenis van de verloren zoon

Jezus zei: ‘Iemand had twee zonen.
De jongste van hen zei tegen zijn vader:
"Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb."
De vader verdeelde zijn vermogen onder hen.
Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit
en reisde af naar een ver land,
waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte.
Toen hij alles had uitgegeven,
werd dat land getroffen door een zware hongersnood,
en begon hij gebrek te lijden.
Hij vroeg om werk bij een van de inwoners van dat land,
die hem op het veld zijn varkens liet hoeden.
Hij had graag zijn maag willen vullen met de peulen
die de varkens te eten kregen, maar niemand gaf ze hem.
Toen kwam hij tot zichzelf en dacht:
De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed,
en ik kom hier om van de honger.
Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen:
"Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u,
ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden;
behandel mij als een van uw dagloners."
Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader.

Zijn vader zag hem in de verte al aankomen.
Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af,
viel hem om de hals en kuste hem.
"Vader," zei zijn zoon tegen hem,
"ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u,
ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden."
Maar de vader zei tegen zijn knechten:
"Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan,
doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen.
Breng het gemeste kalf en slacht het.
Laten we eten en feestvieren,
want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen,
hij was verloren en is teruggevonden."
En ze begonnen feest te vieren.

De oudste zoon was op het veld.
Toen hij naar huis ging en al dichtbij was,
hoorde hij muziek en gedans.
Hij riep een van de knechten bij zich
en vroeg wat dat te betekenen had.
De knecht zei tegen hem:
"Uw broer is thuisgekomen,
en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht
omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen."
Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan,
maar zijn vader kwam naar buiten en trachtte hem te bedaren.
Hij zei tegen zijn vader:
"Al jarenlang werk ik voor u
en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg,
en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven
om met mijn vrienden feest te vieren.
Maar nu die zoon van u is thuisgekomen
die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren,
hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht."
Zijn vader zei tegen hem:
"Mijn jongen, jij bent altijd bij me,
en alles wat van mij is, is van jou.
Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn,
want je broer was dood en is weer tot leven gekomen.
Hij was verloren en is teruggevonden." (NBV)

.

Ontmoeting met een schilderij van Rembrandt

Rembrandt van Rijn schilderde in 1668 dit beroemde doek: 
de terugkeer van de verloren zoon. 
Het schilderij hangt in het museum van de Hermitage in St Petersburg, Rusland.

Rembrandt is dé kunstenaar van het licht.
Het licht dat hij schilderde is 'echt'
terwijl het er bij andere schilders 'opgeplakt' uitziet.
Hij wordt geroemd om zijn vermogen
menselijke bezieling weer te geven.
Licht en gebrek aan licht,
zo kleurde hij de stemmingen van de ziel.
Rembrandt schilderde veel bijbelse taferelen.
Daarbij koos hij het meest dramatische moment om uit te beelden.
In een enkel beeld kon hij suggereren
wat er binnen een geheel bijbelverhaal gebeurt.

Aan het einde van zijn leven schildert Rembrandt dit doek.
De vaderfiguur uit het bijbelverhaal wordt een oude blinde man.
Zelf op leeftijd heeft hij een voorkeur voor het schilderen
van oude mensen, die blind zijn.
Waarom? Omdat deze mensen beter kunnen zien,
steeds meer innerlijk gaan stralen.
Rembrandt is gefascineerd door de innerlijke blindheid van de mens.
Zien we wel wat we zien?
Op dit doek schetst Rembrandt het beeld van zijn eigen ziel.

Drie figuren houdt Rembrandt tegen het licht:
- de halfblinde vader die zijn zoon liefdevol omgeeft
met tedere handen,
- de verloren zoon die zich op de knieën werpt,
voorzichtig tegen de vader aan
- en de oudste zoon die wat trots op het gebeuren neerkijkt
en zich in de handen wrijft.

In één tafereel valt het lichtspel op deze drie figuren
en voltrekt zich de gehele gelijkenis van de verloren zoon.

.

Meditatief 1: de jongste zoon

Laten we stilstaan bij de gelijkenis
en bij het schilderij van Rembrandt.

Iemand heeft twee zonen.
De jongste van hen eist zijn erfdeel op.
Hij zegt als het ware:
"Vader voor mij ben je al dood,
geef mij nu al de helft van de erfenis."
De zoon trekt er op uit, gaat op reis naar een ver land,
waar hij zijn vermogen verkwist in een leven van overdaad.

Wanneer ik hier kijk naar de verloren zoon
die voor zijn vader neerknielt
kunnen we daarin de jeugdige Rembrandt zien.
In zijn jonge jaren gaat hij ook zijn eigen gang.
Hij leeft als een vrije kunstenaar,
die goed geld verdient, van mooie kleding houdt.
Een succesrijk, arrogant en vereerd schilder.

Wanneer de jongste zoon alles opgemaakt heeft,
komt er hongersnood in het land
en begint hij gebrek te lijden.
Hij krijgt zelfs geen afvalrestjes om zijn honger te stillen.
Dan komt hij tot zichzelf
en keert naar zijn vader terug.

Na een korte periode van succes en rijkdom
wordt Rembrandt overvallen door tegenslagen.
Hij verliest alles, niet alleen zijn geld en zijn doeken,
maar ook twee van zijn vrouwen, vier kinderen
waaronder zijn geliefde zoon Titus.
Op het schilderij lijkt Rembrandt wel die verloren zoon:
diep getroffen in zijn ziel, berooid, met maar één sandaal.

De gelijkenis van Lucas en het schilderij van Rembrandt,
ze houden ons een spiegel voor.
Lijken we niet allemaal op de verloren zoon
- of zo U wilt de verloren dochter?
Moeten we niet allemaal het oude vertrouwde nest verlaten,
het nest waarin we geboren zijn en grootgebracht? Moeten we niet afstand nemen
van de manier van leven, denken en handelen
die onze ouders ons hebben voorgedaan?
Het verre land verkiezen boven het huis waarin we zijn opgegroeid?
We rebelleren om op eigen benen te staan en te gaan.

Maar het verlaten van het ouderlijk huis betekent meer
dan alleen volwassen worden, je eigen leven gaan leiden.
Het is ook een geestelijk ‘van huis weggaan'
Het huis verlaten is ook doen alsof ik nog geen echt thuis heb.
Alsof ik mij niet geborgen mag weten.
Terwijl ik toch van jongs af aan geleerd heb
dat het Gods Liefde is waarbij ik mij thuis mag voelen?
Geloof is immers radicaal vertrouwen
dat ik mij altijd thuis mag voelen bij God.
Een mens gaat echter telkens op weg van huis.
En ontvlucht steeds weer de verbondenheid met God.
Op de een of andere manier worden we doof voor de stem
die mij het geliefde kind noemt.
In de hoop om elders te vinden wat we thuis niet vinden konden.

We zoeken waar het niet gevonden kan worden.
Wanneer we dat door schade en schande beseffen,
kunnen we ontdekken dat Gods Liefde nooit weggeweest is.
God heeft zijn armen, zijn mededogen nooit afgekeerd
van zijn kind, van zijn geliefde.
En juist daarom kan de Vader zijn kind niet dwingen om thuis te blijven.
Gods onmetelijke Liefde maakt het de zoon mogelijk
om zijn eigen leven te zoeken, te verliezen en terug te vinden.
Wanneer een zoon, een dochter dit kan beseffen
keert die terug.

Alles verloren zegt de jongste zoon:
"Vader ik ben niet meer waard uw zoon te heten."

.

Meditatief 2: de oudste zoon

De oudste zoon werkt op het veld;
als hij naar huis terugkeert hoort hij de feestvreugde.
Hij is woest en wil niet meedoen.
"Nu die zoon van u is gekomen,
die uw bezit heeft opgemaakt met slechte vrouwen,
laat u voor hem het gemeste kalf slachten."
zegt hij jaloers tegen zijn vader.

Rembrandt zelf heeft zeker ook veel van de oudste zoon,
die stijf rechtop, afstandelijk staat te kijken,
die niets van het hartelijk welkom wil weten.
Vaak hebben wij een te romantisch beeld
van ‘onze' wereldberoemde schilder
Dag gaan wij voorbij aan zijn moeilijke karakter,
zijn egoïstische trekken, zijn manipuleren.
Hij gebruikt de broer van zijn tweede vrouw
om haar in een inrichting op te sluiten.
Hij kan zo verbitterd zijn.
Het valt ons moeilijk om deze kant van de schilder te aanvaarden.
Om een schilder te bewonderen die arrogant kan zijn.
Rembrandt is net zo goed de jongste als de oudste zoon.

Opvallend is het dat bij de gelijkenis van de verloren zoon,
onze aandacht meteen uitgaat naar de vader en de jongste zoon.
Terwijl het bijbelverhaal evengoed rond de oudste zoon draait.
Eigenlijk is de oudste ook een verloren zoon.
Zeker hij is hard werkzaam, plichtsgetrouw,
doet wat verwacht wordt
en de mensen respecteren hem daarom.
Maar onder de oppervlakte van zijn leven,
voelt hij zich steeds minder vrij, minder spontaan en vrolijk.
In zijn hart is hij de levensvreugde kwijt geraakt.

En vergeet niet: ook de oudste zoon kan bekeerd worden.
Ook de oudste zoon kan terugkeren naar het huis van vreugde.
Want de vader is niet geïrriteerd
om de bitterheid en jaloezie van de oudste.
De liefde van de vader dwingt niet.
Gods liefde is er, Gods licht is er altijd.
God is altijd bereid om ons er weer bij te halen.
Gods liefde hangt niet af van onze keuzes.
"Alles wat ik heb is van jou." zegt de Vader.
God houdt evenveel van de jongste als van de oudste zoon.
"Want in het huis van God mijn Vader zijn vele woningen."
Zegt Jezus van Nazareth.

In welke woning vindt onze ziel haar thuis?
Kunnen wij onszelf ook herkennen in de oudste zoon of dochter?
Hoe hebben wij onze diepe verlangens onderdrukt,
de ambities van ons hart afgekneld?
Hoe kan de oudste zoon, de oudste dochter thuis komen?
Welke weg hebben wij in ons leven afgelegd?
Belangrijker nog: zijn wij teruggekeerd?

.

Meditatief 3: de vader

Eigenlijk is de naam van het schilderij verkeerd.
Men had het beter kunnen noemen:
het welkom van de barmhartige Vader.
Het centrum van het doek is wat de vader doet.
Gods onmetelijke, barmhartige liefde
wordt hier heel menselijk, teder en vol mededogen neergezet.

Alles komt hier samen:
Rembrandt's verhaal, het verhaal van de bijbel,
het verhaal van God en het verhaal van u en ik.
Hier raken aarde en hemel elkaar, dood en leven.
De meesterschilder is hier in staat
om het meest goddelijke en het meest menselijke vast te leggen.

Rembrandt schildert de vader als een oude man,
De oude man is bijna blind:
iemand getekend door lijden.
Hij heeft vier kinderen en twee vrouwen verloren
Deze vader is het hart van God,
deze vader heeft lief, verzoent en zegent.
Heel wonderlijk is het ook om te zien,
dat de ene hand van de vader een mannenhand is,
symbool van kracht,
en de andere hand is duidelijk een vrouwenhand,
symbool van tederheid.
Tedere, krachtige handen, zo zijn de handen van Gods Liefde.
Zij vormen het middelpunt van het schilderij.
Zo wordt de terugkeer van de verloren zoon
een terugkeer naar de schoot van Gods.
En zowel de jongste als de oudste zoon
mogen zich opnieuw verbonden weten met Gods Liefde.

Hoe zit het met ons?
Zijn wij bang om ons over te geven aan God?
Wanneer komen wij bij God aan?
Wanneer stellen wij ons open voor God?
De gelijkenis van de barmhartige vader
nodigt ons uit om nog een stap verder te gaan.
We kunnen veel van onszelf herkennen in de jongste zoon
en ook in de oudste zoon. Kunnen wij ons ook identificeren met de vader?
Hoe voelt het om jezelf als de vader te zien, als de ouder?
Wil ik niet alleen welkom thuis worden geheten,
maar ook anderen met open armen ontvangen?
Zijn wij niet allemaal bestemd
om liefde uit te dragen zoals de vader doet
met zijn sterke en tedere handen?
Tot dat gebaar worden wij geroepen in ons dagelijks leven.

.

Gods verlangen (door Henri Nouwen)

Het grootste gedeelte van mijn leven heb ik geworsteld
om God te vinden, God te kennen, God lief te hebben...

Nu vraag ik me af of ik wel genoeg heb beseft
dat God al die tijd voortdurend heeft geprobeerd
mij te vinden, mij te kennen en mij lief te hebben.
De vraag is niet: 'Hoe moet ik God vinden?'
maar 'Hoe moet ik mij door Hem laten vinden?'
De vraag is niet: 'Hoe moet ik God kennen?'
maar 'Hoe moet ik mij door God laten kennen?'
De vraag is niet: 'Hoe moet ik God liefhebben?'
maar 'Hoe moet ik mezelf door God laten liefhebben?'
God kijkt vanuit de verte naar mij,
wacht mij op, probeert mij te vinden
en verlangt er vurig naar mij in zijn huis te verwelkomen.

In de drie gelijkenissen die Jezus vertelt
als antwoord op het verwijt dat Hij 'met zondaars eet',
legt Hij de nadruk op Gods initiatief:
God is de herder die op zoek gaat naar het verloren schaap.
God is de vrouw die een lamp aansteekt,
het huis veegt en net zolang blijft zoeken naar haar verloren penning
tot zij die gevonden heeft.
God is de vader die op de uitkijk staat naar zijn kinderen,
die hen tegemoet snelt als zij terugkeren,
die hen omhelst, hen dringend verzoekt,
hen bidt en smeekt om thuis te komen...

Nee, ik moet hem beschouwen als degene
die naar mij op zoek is, terwijl ik mij verstop.
Als ik door Gods ogen kijk naar mijn verloren ik
en Gods vreugde ontdek bij mijn thuiskomst,
dan zal ik met minder angst en meer vertouwen door het leven gaan.

Als ik dit zeg, dan raak ik aan een reëel probleem,
namelijk dat van mijn zelfbeeld.
Accepteer ik wel dat ik het waard ben gezocht te worden?
Durf ik te geloven dat God er echt naar verlangt
om mij bij Zich te hebben?

(Uit: Henri Nouwen, Eindelijk thuis,
Lannoo Tielt 1997, blz. 116 e.v. )

Home